Nieuws
Keulen trekt juridische basis voor beslissing V/d Bossche in twijfel
Vlaams parlementslid en gewezen minister van Wonen
Marino Keulen heeft bedenkingen bij de juridische basis
voor de beslissing van Vlaams minister van Wonen Freya Van den
Bossche (sp.a) rond de verkoop van elf sociale woningen in Vilvoorde.
Keulen vreest dat de beslissing juridisch kan aangevochten worden en
denkt dat Van den Bossche in het dossier is gezwicht voor "politieke
druk".
Minister Van den Bossche oordeelde afgelopen zondag dat de
omstreden verkoop van elf sociale koopwoningen in Vilvoorde kan doorgaan op
voorwaarde dat de stad Vilvoorde aan kandidaat-kopers niet langer
vraagt hun kennis van het Nederlands te bewijzen maar hen enkel een
inspanning vraagt om de taal te leren (taalbereidheidsvoorwaarde).
Kortom: kandidaat-kopers een inspanningsvereiste opleggen kan juridisch
wel, het opleggen van een examen niet.
Volgens Keulen klopt de redenering van Van den Bossche niet. Dat
taal een cruciale hefboom kan zijn voor de integratie van nieuwkomers,
staat volgens Keulen buiten kijf. "Daar sta ik 2.000 procent
achter", luidt het.
Maar Keulen, die als voormalig minister van Wonen jarenlang zelf
het dossier op de voet heeft gevolgd, wijst op het essentiële verschil
tussen sociale huurwoningen en sociale koopwoningen. "In de sociale
huursector moeten de betrokken instellingen zich aan de taalwet
houden en bestaat er een permanente relatie tussen huurder en
verhuurder. Dat is helemaal anders in de sociale koopsector", aldus Keulen.
Volgens de Open Vld-politicus bestaat er wel een juridische basis
voor het inschrijven van een taalbereidheidsvoorwaarde bij sociale
huurwoningen. Die juridische basis is ook getoetst bij de Raad van
State en is bevestigd door het Grondwettelijk Hof. "Maar diezelfde
juridische basis heb ik nooit gevonden voor de sociale koopsector",
aldus Keulen. Hij staat daarom "met de grootste huiverachtigheid"
tegenover de argumentatie van Van den Bossche.
10 maart 2010




